Sam Rosseel

Welcome to my country!

Het zijn wellicht de woorden die het meest weerklinken tijdens mijn rondreis door Iran: “Welcome to my country!” Het toont enerzijds aan dat Iraniërs trots zijn op hun land en dat maar al te graag met de buitenwereld delen, maar anderzijds ook dat ze open staan voor bezoekers van alle kanten van de wereld. Ik sta nog maar één tel alleen, kijk nog maar heel even de andere kant op; of een sympathieke local wil zich spontaan even voorstellen, wil wat woorden Engels uitwisselen en me welkom heten in zijn/haar stad. Toegegeven, dat werd na 14 dagen wel wat voorspelbaar , maar hoe kan men het ze kwalijk nemen. Hoe kan men nu niet gecharmeerd zijn door de oprechte interesse van de mooie mensen van dat mooie land Iran?

Mijn reis is een tweeweekse rondreis door het land, een reis langs de voornaamste hoogtepunten in sneltempo. De trip gaat vanaf Teheran eerst westwaarts (richting Qazvin) om vervolgens stap voor stap, al zigzaggend, naar het zuiden af te zakken: Qom, Kashan, Isfahan, Yazd, Kerman en eindigend in Shiraz.

Het noorden 

Teheran is niet de meest sexy stad die er bestaat, toegegeven. Het is er druk, lawaaierig en chaotisch. Normaal kan ik qua chaotische steden wel wat verdragen, maar in Teheran lukt de klik maken een stuk moeilijker. Er is nochtans aardig wat te zien: de stad heeft een fantastische setting aan de voet van het Elboers-gebergte, aardig wat monumenten en musea, een levendige bazaar, het Golestanpaleis, … maar ik ben, in alle eerlijkheid, opgelucht dat ik de stad na twee nachten kan verlaten om de rust van het binnenland op te zoeken. Althans de rust van het platteland, een groot contrast met de levendige, bezige steden in Iran. 

Een rit langs de onophoudelijke voorsteden van Teheran voert uiteindelijk naar de bergen bij Qazvin, uitlopers van het Elboersgebergte dat het noorden van het land afscheidt van de vruchtbare vlakte bij de Kaspische Zee. De rust en stilte doen deugd, maar ook de geel-en oktertinten van het herfstige Iran doen me opvrolijken. Het is een eerste keer dat ik echt onder de indruk raak van het land, iets dat de komende dagen een vaak terugkerend gegeven wordt trouwens. De bochtige wegen dwars over het gebergte brengen me uiteindelijk naar de vesting van Alamut, een eeuwenoud kasteel op de heuvelkam dat met een pittige klim te bereiken is. Deze regio ligt niet op de klassieke rondreis door Iran, maar voor wie meer tijd heeft en eventueel een meerdaagse trekking (met verblijf in een homestay bij immer sympathieke Iraniërs) wenst te ondernemen; is deze regio echt een aanrader. 

Met nog een korte tussenstop in Qom, hét heiligdom van het land omwille van het Fatima-mausoleum dat er is gebouwd, ga ik vervolgens zuidwaarts.

Bekend versus onbemind : Isfahan versus Kashan 

Elke bezoeker aan Iran doet Isfahan aan; geheel terecht. Maar voeg daar, wat mij betreft, ook maar Kashan aan toe. De stad wordt vaak gepasseerd, maar is voor mij de grootste (positieve) verrassing van de reis. Kashan voelt anders, voelt gezellig en sfeervol; het is er best goed toeven. De stad staat bekend om zijn rozenwater, zijn prachtige Fin Garden (één van de 7 Perzische tuinen in het land), zijn ondergrondse gangenstelsel én zijn koopmanshuizen. Overal in de stad staan fantastische rijke burgerwoningen, stuk voor stuk architecturale pareltjes. De huizen deden dienst als een soort karavanserai, een ontmoetingsplek voor handelaars en ambachten, maar dan op uitnodiging van de huiseigenaars. Meestal verscholen achter een vrij neutrale gevel, liggen verschillende binnenpleintjes, vaak met veel groen en een waterpartij, waarrond verschillende vertrekken (zoals een winter-en zomerverblijf) zijn opgetrokken. Sommige van de tientallen huizen zijn te bezoeken waar anderen een nieuwe bestemming kregen als elegant, verfijnd en kleinschalig boetiekhotel. Het is het perfecte decor om te genieten van Kashan en van de vele Iraanse indrukken tot dusver. 

Een stuk bekender klinkt Isfahan. De legende gaat dat de helft van de wereldse schoonheid in Isfahan zit verborgen. Nou ja, verborgen … De stad is een absolute schoonheid en dat straalt ervan af. Te beginnen met het Meidan Emam-plein, het op één na grootste plein van de wereld. Het duurt even voor ik het kan vatten: een immens lang, symmetrisch uitgestrekt plein, prachtig aangelegd met groen en water, vol leven (picknickers alom!) én vooral aan elk van de vier kanten omgeven door een opzienbarend gebouw. De bazaar, de Lotfollah-moskee (werkelijk onvoorstelbaar knap!), de Moskee van de Sjah, Ali Qapu, de overdekte zuilengaanderij, … Dit plein vraagt minstens een ganse dag om volledig te ontdekken, zowel langs buiten als binnenin. En dan nog heb ik het gevoel maar een deel te vatten. En was het dat maar: Isfahan heeft nog wel wat troeven die ze geleidelijk aan op tafel gooit. De Vrijdagmoskee, de Perzische tuin rond Chehel Sotoun, de Armeense Wijk, de duiventoren, de ‘Shaking Minarets’, de binnentuin van het Abassihotel waar ik verblijf, … Deze stad gaat niet snel vervelen. En wat mij mogelijks nog het meest bijblijft, zijn de verschillende bruggen van de stad. De rivier is intussen al opgedroogd, wat het een bijzondere sfeer geeft; maar de bruggen staan nog mooi hun mannetje. De bouwwerken op zich zijn prachtig erfgoed, heel mooi verlicht ook. Maar het is vooral de sfeer bij valavond die het hem doet: als de avond valt, komen jong en oud samen op én vooral onder de brugbogen (gelukkig dus met droge voeten tegenwoordig) om er rustig te kuieren, te zitten en praten, te zingen. Overal weerklinkt meerstemmig gezang: één man zet een traditioneel lied in en al snel zingen alle omstaanders gedwee mee. Ik kijk, zit en bewonder. Puur genieten van hoe eenvoudig schoonheid en geluk kunnen zijn.   

De woestijnsteden: Yazd en Kerman 

Ik moet, met spijt in het hart, Isfahan verlaten want er wacht nog een gans programma: ik ga oostwaarts naar twee ‘woestijnsteden’. Yazd doet me bij aankomst maar weinig: de stad lijkt doods, is uitgestrekt en onoverzichtelijk. De Vuurtempel en de Torens der Stilte zijn echter wel indrukwekkend: ze belichten een interessant luik van Iran, namelijk dat van het Zoroastrisme. Maar het is pas als we in het labyrint van kleine straten en pleinen in de binnenstad verdwalen, dat ik Yazd echt leer begrijpen en appreciëren. Deze woestijnstad is opgebouwd uit lemen huizen met verschillende windtorens die in de zomer voor verkoeling moesten zorgen en tal van daken waar vandaag de dag een restaurant of bar zijn openluchtterras van heeft gemaakt. Vanop één van die ‘rooftops’ geniet ik van het diner terwijl uitkijkend over de antieke skyline van deze bijzondere stad. Yazd had er wat tijd voor nodig, maar blijft uiteindelijk echt bij. 

Dat doet ook Kerman, de meest oostelijke stad op mijn route. De stad zelf is niet per se een hoogtepunt, maar het vormt vooral een goede uitvalsbasis voor het onherbergzame, weidse oosten van het land. Eerste stop is de Shazdeh-tuin, één van de Perzische tuinen en opvallend door zijn waterfontein in aflopende terrassen. Next stop: Rayen, de kleine broer van het bekende Bam. Rayen heeft een werkelijk prachtige oude ommuurde citadel, helemaal uit leem (adobe). De middeleeuwse stad was nog bewoond tot zo’n 150 jaar geleden; vandaag wandelt u er rond in de goed bewaarde, versteende ruïnes. Een bevreemdende reis terug in de tijd. Vanaf Rayen gaat het tot slot naar de Lut-woestijn, een enorme zandbak die het oosten van Iran beslaat. De begroeiing neemt alsmaar af, de oases worden alsmaar schaarser, de weg wordt alsmaar meer verlaten; … tot we het laatste dorpje achter ons hebben gelaten en gans alleen op een kaarsrechte weg door een maanlandschap rijden waar geen enkele vegetatie nog stand houdt. Maar we blijven kilometers malen, op zoek naar de bekende ‘kaluts’, rotsachtige formaties die het landschap nog onaardser maken. Als de regen (heel uitzonderlijk voor deze regio; het regent er nagenoeg nooit) ophoudt, ontvouwt zich een schitterend , weids en desolaat landschap. Het is een fantastisch deel van Iran dat me hard verbaast!  


Shiraz, stad van sinaasappels en dichters 

En dan moet het orgelpunt nog komen: Shiraz. De rit van Kerman naar Shiraz gaat opnieuw langs prachtige berglandschappen, desolate zoutvlaktes, eindeloos kaarsrechte wegen, … terwijl we een alsmaar groener en vruchtbaarder Iran tegenkomen. Het Iran van de granaatappels, vijgen en saffraan. 

Shiraz is een gemoedelijke, gezapige en (naar Iraanse normen) verkeersarme stad met opnieuw een gans andere sfeer en dynamiek. En een stad met heel veel toeristische troeven: de drukke Vakilbazaar, de moskee van Nasir al Molk (met zijn feeërieke, kleurrijke glasramen die fotogenieke plaatjes opleveren), Naranjestan Qavam (met de heerlijke geur van sinaasappels in de tuin), de palmbomen in de Eramtuin (opnieuw een fotogeniek beeld gegarandeerd) en de tombes van de twee bekendste vaderlandse dichters, Hafez en Saadi, twee groene en bloemrijke oases in de stad. 

Maar voor mij vormt de dagtrip naar Persepolis, een uur buiten Shiraz, het hoogtepunt van dit slot. We keren vandaag terug naar de beginperiode van het Perzische Rijk, dat van Darius, Xerxes en Cyrus. Het was Darius I die opdracht gaf tot het bouwen van de ceremoniële stad Parsa, ‘stad van de Perzen’. De stad zou nooit echt bewoond worden, maar fungeerde als stad van pracht en praal, van eerbetoon en parade. Tot de komst van Alexander de Grote die de stad in puin achterliet als goed georkestreerde wraakactie tegen de Perzen. Wat nog rest vandaag (heel wat van het oude Persepolis ligt vandaag gearchiveerd in musea wereldwijd, zoals het Louvre en British Museum), doet desondanks vermoeden welke prachtige audiëntiezalen, reliëftrappen, eregalerijen, bibliotheken, … de trots van het Perzische Rijk moesten illustreren. Net buiten de site bezoek ik nog het graf van Cyrus, oprichter van het Perzische Rijk, en de koningsgraven van Naqsh-e-Rostam. Deze laatste is de necropolis van Persepolis, met vier rotsgraven van de Achaemenidische vorsten. Ik geniet volop van een dag smullen van geschiedenis, een voor ons vrij onbekend stukje geschiedenis bovendien! 

In het heerlijke nazomerzonnetje op een terras in het centrum van Shiraz, met een faloodeh-ijsje, een lokale specialiteit, in de hand; is het daarna terugkijken op een geslaagde tweeweekse reis. Wat is Iran mooi! Ik begin te begrijpen waarom de Iraniërs zo graag hun land tonen aan wie het zien wil … 

Iran is een land dat vanuit allerlei hoeken (binnen-en buitenlands) heel wat klappen krijgt en je voelt dat het land daar onder gebukt gaat. Er wordt volop gedacht, maar niet hardop gepraat; er wordt gewikt en gewogen maar weinig gesproken; men wil vooruit, maar voorlopig gaat het vooral achteruit; … Maar tegelijk doet weinig af van de trots die Iraniërs opbrengen voor hun eigen land. Wat er ook wordt gezegd, hoe er ook wordt gehandeld; Iran doet verder en ooit komt het allemaal goed. Intussen is het er voor toeristen perfect reizen in alle veiligheid en comfort. Ik voelde me op geen enkel moment onveilig of ongemakkelijk; wel integendeel. Niet alles kan en mag, akkoord; maar laat u niet afschrikken door de negatieve connotatie die Iran meedraagt. Want het land is zoveel meer … Zo-veel!

Welcome to Iran, I hope you like it!


Interesse in een rondreis door Iran? Ik help u graag verder!
Sam

Contacteer Sam

In beeld

20_20_Isfahan_26211_12_Kashan_3846_45_Shiraz_Persepolis_13406_07_Qazvin_609_10_Kashan_9307_08_Qom_4318_19_Isfahan_35304_05_Alamutregio_4515_17_Abyaneh_4319_48_Isfahan_26610_11_Kashan_7114_16_Abyaneh_4543_43_Shiraz_Persepolis_16121_21_Isfahan_23732_32_Yazd_534_35_Kerman_en_Lut_11222_23_Isfahan_19425_25_Isfahan_9235_35_Van_Kerman_naar_Shiraz_5939_39_Shiraz_Persepolis_24923_23_Isfahan_12336_36_Van_Kerman_naar_Shiraz_4530_30_Yazd_15313_14_Kashan_2145_45_Shiraz_Persepolis_15126_26_Isfahan_9027_27_Isfahan_3429_29_Nain_1144_48_Shiraz_Persepolis_15337_37_Shiraz_Persepolis_31542_43_Shiraz_Persepolis_189

Onze reisverhalen

Contrast: Dubai vs. Oman

Oman, Verenigde Arabische Emiraten

The sky is not always the limit

Verenigde Arabische Emiraten

Onze reizen

Op zoek naar het oude Perzië

Iran

Divers Oman

Oman, Verenigde Arabische Emiraten

Deel via mail!