




Nicaragua is het best bewaarde geheim van Midden-Amerika, en dat weten reizigers die er al zijn geweest maar al te goed. Het land heeft alles wat zijn buren beroemd heeft gemaakt: koloniale steden, vulkanen, meren en stranden, maar zonder de drukte die die buren inmiddels kenmerkt. Nicaragua is ruw aan de randen, authentiek tot op het bot en goedkoper dan vrijwel elke vergelijkbare bestemming in de regio.
Wie de stap zet, vraagt zich achteraf af waarom het zo lang heeft geduurd.
Het landschap van Nicaragua is jong en actief in de meest letterlijke zin: een keten van vulkanen loopt als een ruggengraat door het westen van het land, en sommige roken nog altijd zichtbaar. Het Nicaraguameer, het grootste van Midden-Amerika, herbergt het eiland Ometepe, met twee vulkanen die uit het water rijzen als een ansichtkaart die u nauwelijks durft te geloven.
De koloniale steden Granada en León zijn elk op hun eigen manier onweerstaanbaar: Granada met haar kleurrijke gevels en uitzicht op het meer, León met haar kunstscène, kathedraal en energie die u meteen oppikt. Onze reizigers omschrijven een wandeling door deze steden vaak als een van de meest aangename verrassingen van hun reis.
Wat Nicaragua bijzonder maakt, is hoe ongedwongen het aanvoelt. Er is geen toeristische machine die u van beleving naar beleving stuurt: u bepaalt zelf het ritme. Surfen op de golven van de Pacifische kust bij San Juan del Sur, sandboarden van de flanken van de Cerro Negro, een bootje nemen tussen de eilandjes van het Nicaraguameer of gewoon op een terras in Granada zitten, met een lokaal biertje en de kathedraal in het zicht.
De mensen zijn openhartig en gastvrij op een manier die u verrast, en de gesprekken die u onderweg voert, blijven u bij. Nicaragua sluipt binnen zonder ophef, en helemaal verlaten doet het u nooit meer.