




Oezbekistan is de kroon op de Zijderoute. Samarkand, Bukhara en Khiva zijn steden die Alexander de Grote, Tamerlan en Marco Polo al bewonderden, en dat doen ze nog steeds. De blauwe koepels van de Registan, de minaretten van het Kalon-complex en de lemen stad van Khiva: dit is architecturaal erfgoed van een schaal en schoonheid die Europa nergens overtreft.
Oezbekistan heeft zich na decennia van gesloten grenzen snel geopend voor toerisme. De infrastructuur verbetert gestaag, de musea zijn professioneel en de bevolking is hartelijk en nieuwsgierig naar bezoekers. Dit is het perfecte moment: historische pracht, nog zonder de massa.
De Registan van Samarkand is een van de meest indrukwekkende pleinen ter wereld: drie madrassa’s uit de 15e tot 17e eeuw rond een open plein, bedekt met blauwe, gouden en turquoise tegels die in het ochtendlicht een bijna bovenaards effect hebben. Dit was het centrum van Tamerlans rijk, een beschaving die op haar hoogtepunt de wereld domineerde.
Bukhara, ‘de heilige’, is een stad van zinderende hitte en duizend jaar islamitisch geleerdendom: minaretten, madrassa’s en karavanserais die de geschiedenis van de Zijderoute vertolken. Onze reizigers omschrijven de sfeer van Bukhara’s historische kern als iets dat Jeruzalem of Fès benadert in haar gelaagdheid en stilte midden in de stad.
Khiva is de best bewaarde van de drie Zijderoutesteden: de ommuurde oude stad Itchan Kala is zo intact dat ze als openluchtmuseum wordt omschreven, maar tegelijk nog echt bewoond is. In de avondschemering door de smalle steegjes lopen, terwijl minaretten en koepels oplichten: het is een ervaring die de grens tussen museum en leven op een mooie manier vervaagt.
De Kyzylkum-woestijn, de rode zandwoestijn die Oezbekistan van Kazachstan scheidt, biedt overnachtingen in yurts, kamelen bij zonsopgang en de stilte van een landschap waar de karavanen van de Zijderoute eeuwenlang doorheen trokken. Oezbekistan overtreft de verwachtingen van elke reiziger die erheen gaat.