





Canada is een land dat zijn grootte niet verbergt, maar er voluit mee pronkt. Van de kosmopolitische steden aan de oostkust tot de ijzige bergtoppen van de Rockies in het westen: de afstanden zijn groot, de landschappen nog groter en de indrukken die u meeneemt het grootst van allemaal. Canada vraagt tijd en geeft die tijd altijd terug met rente. Wie er eenmaal doorheen heeft gereisd, begrijpt waarom het land zo moeilijk los te laten is.
Het oosten van Canada verrast reizigers die het nog niet kennen met een onverwachte mix. Montréal is kosmopolitisch, Frans en vol leven, met een ondergrondse stad die u in de winter begrijpt en in de zomer ontdekt als een wereld apart. Québec-Stad lijkt een ansichtkaart die echt bestaat: met haar vestingmuren en Franstalige sfeer voelt ze soms meer Europees dan Noord-Amerikaans aan.
Maar de natuur is nooit ver: walvissen spotten in de buurt van Tadoussac, kanovaren tussen de Thousand Islands of wandelen in Algonquin zijn ervaringen die tonen hoe moeiteloos Canada stad en wildernis naast elkaar laat bestaan. En dan zijn er de Niagara Falls, van dichtbij overdonderend op een manier die geen enkele foto ooit volledig weergeeft.
Wie de Icefields Parkway tussen Jasper en Banff voor het eerst rijdt, begrijpt meteen waarom dit een van de mooiste wegen ter wereld wordt genoemd. Smaragdgroene meren, majestueuze gletsjers en bergtoppen die zich in het water spiegelen: het zijn beelden die bij onze reizigers diep blijven hangen.
Vancouver biedt een bijzonder rustpunt: een stad met de zee aan de voordeur en de bergen in de achtertuin, ontspannen en levendig tegelijk. En dan is er Vancouver Island, ruig en weids, waar beren langs de kust lopen en orka’s door de fjorden zwemmen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Canada geeft altijd meer dan het belooft.