





Angola is een van de minst bezochte landen van Afrika en tegelijk een van de meest gevarieerde. Het land heeft een bewogen geschiedenis van kolonialisme en een decennialange burgeroorlog, maar kijkt vandaag vastberaden vooruit. De natuur is overweldigend: van de Namib-woestijn in het zuiden tot het tropisch regenwoud in het noorden, van de roze flamingo’s aan de Flamingo Coast tot de spectaculaire Kalandula-watervallen in het binnenland.
Angola trekt reizigers aan die echt van de gebaande paden willen afwijken en bereid zijn te investeren in de logistiek die een weinig bezochte bestemming vraagt. De beloning is een land dat nog niet door het grote toerisme is ‘ontdekt’, met een authenticiteit en natuur die andere bestemmingen al lang geleden hebben ingeruild.
De Kalandula-watervallen zijn na de Victoriawatervallen de grootste van Afrika en een van de minst gefotografeerde: een brede, krachtige waterval die in het groene regenwoud van het Malanje-plateau neerstort. Lokale gidsen brengen u ernaartoe met een terreinkennis die u alleen bij niet-gecrowdede bestemmingen vindt.
Luanda, de hoofdstad, is een stad van contrasten: moderne wolkenkrabbers naast vissersplaatsen, olierijkdom naast eenvoudige markten. Ilha de Luanda, een smalle landtong met stranden en restaurants, toont de ontspannen kant van een stad die meer energie heeft dan haar reputatie doet vermoeden.
Het Deserto do Namibe in het zuiden grenst aan de Namibische Namib-woestijn en heeft dezelfde indrukwekkende droogte en rode zandduinen. De Welwitschia-plant, een levend fossiel dat duizenden jaren oud kan worden en alleen hier groeit, is een van de meest bizarre plantensoorten ter wereld.
De Cunene-rivier aan de grens met Namibië trekt waterlelies, krokodillen en Himba-gemeenschappen aan die aan haar oevers wonen. Angola is een land dat zijn verhaal nog aan het schrijven is. Voor reizigers die deel willen uitmaken van dat verhaal, is dit het moment.