Reisverslag

Vol bewondering voor Nepal

Bezocht door: Patrick
 

Nepal is bijzonder. Zijn vlag is de enige ter wereld die geen rechthoekige vorm heeft en zijn tijdzones voert het uit met kwartiertjes in plaats van uurverschillen. Ze zijn dus best wat tegendraads en eigenzinnig, zelfs een tikkeltje eigenwijs. Maar misschien is dat ook nodig: als je enige buren de reuzen China en India zijn, is wat profilering aangewezen.
Mijn reis door Nepal wordt erg divers: ik kies voor een stevige brok cultuur en religie in de Kathmandu-vallei, gevolgd door een portie bergen kijken in Pokhara en sluit af met een speurtocht naar wild in het groene Chitwan National Park.

 

Kathmandu en omgeving

Mijn week Nepal start onvermijdelijk in Kathmandu, de kleurrijke hoofdstad van het land. De stad heeft, in tegenstelling tot de rest van het land, enorm veel verkeer te slikken en is erg druk. Maar in het oude hart van Kathmandu ervaar ik nog de authentieke stad met zijn talrijke huiskeukens op straat, kleine boetiekjes en de eindeloze rijen stoepa's, kleurrijke gebedsvlagjes en gebedsmolens. Die laatsten worden door de gelovigen voortdurend in beweging gezet om geluk af te dwingen. Over geloof gesproken: in Nepal leven boeddhisten en hindoeïsten perfect harmonieus samen. Als ik een local de vraag stel hoe de verhouding hindoes en boeddhisten nu precies zit, krijg ik het antwoord "er zijn 60% hindoes en 60% boeddhisten". Dat zegt genoeg ... Eén van de tempels die me bijblijft is de Swayambhunath, of (ietwat onbeleefd) de Monkey Tempel door de aanwezigheid van een bende vrij agressieve apen die geen kans onbenut laten om eten uit de handen van de tempelbezoekers te schudden. U bent gewaarschuwd!

Het zal u niet ontgaan zijn: twee jaar terug werd deze omgeving zwaar getroffen door een hevige aardbeving. De gevolgen daarvan zijn tot op vandaag nog zichtbaar, vooral op Durbar Square is de schade aanzienlijk. Maar de stad krabbelt stilaan recht en is, zelfs met een paar keer 'hier stond ...' beslist de moeite waard.
Tot de must-sees hoort, wat mij betreft, de Pashupatinat-tempel, dé hindoetempel van de stad en het decor voor dagelijkse crematies, vaak gebeurt het met verschillenden tegelijk. De tempel ligt aan de Bagmati-rivier, een zijtak van de Ganges. De assen die van hieraf de rivier worden ingegooid, gaan dus richting Heilige Rivier en dat maakt deze plek het kleine broertje van Varanasi in zuidelijke buur India. Toegang tot de tempel zelf krijg ik als niet-hindoe niet, maar vanaf de overkant heb ik desalniettemin een mooi zicht om het tafereel gade te slaan. Het is bevreemdend enerzijds maar ook spectaculair en fascinerend om de lijkverbrandingen te aanschouwen. Op de terugweg in het halfdonker stoot ik nog op een paar 'holy men' of 'sadhu's', een combinatie van genezers en 'blessers', bedelaars en meditatie-mannen. Je herkent ze zo aan hun geschilderde gezichten, lange gewaden en vaak lang haar. 

Ik geef u graag ook een logeertip mee. Tijdens mijn reis verbleef ik in het Dwarika's Hotel, een kleinschalig familiehotel. Er is er ééntje in Kathmandu en één in de bergen rond Dhulikhel, ten oosten van de stad. Dit is werkelijk een pareltje van een hotel! In de tuin van de vestiging in Kathmandu kom je meteen tot rust, even weg van de 'hustle and bustle' van de stad. Naast de gezellige binnentuin kan je daarvoor ook terecht in de spa, meditatie-en yogaruimte en rond het zwembad. De charme van het hotel zit hem in de eenvoud, de unieke archiectuur (veel hout en houtsnijkunst, nadruk op authentieke elementen), de lokale keuken en de rust die het uitstraalt. Ik kom heel wat bekende wereldsterren tegen in het gastenboek en ik kan ze alleen maar gelijk geven. Bent u in Nepal, dan raad ik Dwarika's Hotel heel sterk aan!

Net buiten Kathmandu trek ik tot slot nog naar Patan en Bhaktapur, beiden vlakbij de hoofdstad. Samen met Kathmandu vormden ze destijds de drie koningssteden van Nepal, tot op vandaag vormen ze het culturele hart van het land. Het leuke is dat de drie heel dicht bij elkaar zijn gelegen en dus makkelijk kunnen worden gecombineerd. Vooral in pottenbakkersstad Bhaktapur is men nog steeds volop bezig de schade aan het herstellen van de aardbeving in 2015: her en der zie ik ernstig geconcentreerde ambachtslieden het vernielde houtsnijwerk minitieus en tot in de kleinste details herstellen.

 

Pokhara, aan de voet van de Annapurna

Van Kathmandu kan je, als het weer het toelaat, een 'mountain flight' nemen die je vlakbij de Mount Everest brengt. Maar ik trek westwaarts, naar een andere achtduizender: de Annapurna. Vanuit Kathmandu neem ik een korte binnenlandse vlucht naar Pokhara, de tweede stad van het land en een echte backpackersplaats. De vlucht alleen al is ongelofelijk: vanuit het vliegtuigraampje zie ik in dit mooie weer de ene gigant na de andere voorbijschuiven. Dé reden om naar Pokhara te komen, is omdat het de ideale uitvalsbasis vormt voor een trekking of beklimming van het nabijgelegen Annapurna-gebergte. Ik heb minder tijd en kies voor een tocht per ultra-light. Een tocht die me vanuit het groene Pokhara over oneindige rijstterrassen naar het imposante en ijzige hooggebergte brengt. Een uur lang vlieg ik op zo'n 5.500 meter wel heel dicht tegen de hoogsten der aarde aan. Vooral de Machhapuchhre of Fishtail-Mountain (een heilige berg die niet mag worden beklommen) spreekt tot de verbeelding. 

Pokhara zelf is trouwens ook een aanrader: de stad ligt aan drie meren, die de majestueuze bergen aan de horizon perfect weerspiegelen. Hier ervaar ik het rustige, dagelijkse leven van de Nepalezen: ik ben getuige van een huwelijksceremonie en zie kinderen wier opvissen aan de oevers van het meer. En dat alles terwijl ik af en toe een 'holy cow' moet zien te ontwijken. Qua bezienswaardigheden zijn onder meer het Museum of Mountaineering dat een stukje geschiedenis over de streek en het bergbeklimmen vertelt,  en de Peace Temple met een prachtig zicht over de stad en het meer de moeite! Een parapente-afdaling boven het meer (met bij helder weer de Annapurna in de verte) is het laatste wat ik onderneem in de stad en een waardige afsluiter. Wauw!

 

Chitwan National Park

Het einde van mijn reis door Nepal is een aantal nachten in de Nepalese jungle, ten midden van een stevige brok wildlife. Van de besneeuwde bergen rond Pokhara naar Chitwan NP reizen, voelt aan als reizen naar een ander land. De sfeer is er anders, het landschap wordt plots exotisch groen en het klimaat heet en tropisch. Het doet wat denken aan de Afrikaanse jungle: in Chitwan kan je een safari ondernemen, een boottocht aanvatten of op de rug van een olifant door de rivier waden en naar wild speuren. Zo zie ik krokodillen, apen, fotogenieke neushoorns, herten en olifanten van wel heel dichtbij de revue passeren. Enkel de tijgers laten zich moeilijk spotten.

De accommodatiemogelijkheden in het park zijn niet heel divers, maar wat er is, is top qua uitbating en comfort! Het hotel organiseert bijvoorbeeld na de safaritocht een heerlijk ontbijt met fruitsap, wijn en snacks langs de waterkant. Een andere keer wordt, middenin de brousse, de jeep omgebouwd tot een ontbijtstek. Een erg aangename en comfortabele manier om Chitwan te ervaren. 
 

Terug naar Kathmandu kies ik voor een binnenlandse vlucht, al kan een autorit ook. Voor dat laatste heb je dan wel het nodige engelengeduld nodig. Daar eindigt meteen ook mijn reis. Ik zag op korte tijd drie delen van het land, drie keer totaal anders. Cultuur  en religie in de Kathmandu-vallei, het dagelijks leven en gigantische bergtoppen rond Pokhara en wild in Chitwan. Alles samen zorgden ze voor een heel fijne kennismaking met Nepal. Je weet wel, dat eigenzinnige en tikkeltje eigenwijze landje tussen India en China. 

 

Interesse in een reis naar Nepal? Contacteer Patrick voor meer info, hij helpt u graag verder met een reis op maat!