Reisverslag

Là où la rivière se rétrécit… (Canada)

Bezocht door: Patrick & Peter

De sneeuwlaag op de muren is al even dik als de muren zelf. Vanop de citadel kijk ik uit over de Saint-Lawrence rivier, of beter, la rivière Saint-Laurent, want la Ville de Québec is het hart van Franstalig Canada. De rivier die in de winter bevaarbaar wordt gehouden door ijsbrekers, voert grote ijsschotsen mee naar zee. Op de andere oever tekenen de dennenbomen zich af als houtskoollijnen op een wit blad. De oorspronkelijke inwoners, de Mohawk Indianen, noemden deze plaats “Kebec”, daar waar de rivier zich vernauwt. Een benaming die door de Franse ontdekkingsreiziger Samuel de Champlain werd overgenomen toen hij de stad stichtte in 1608.

Het begint lichtjes te sneeuwen en ik wandel naar la Basse-Ville, het lager gelegen deel van le Vieux Québec. De oude stad is een architecturale parel. Geen wonder dat de UNESCO hem in zijn geheel op de werelderfgoedlijst plaatste. Onder het witte tapijt stralen de straten en pleinen een ongelooflijke charme uit. Ik sla la Rue Champlain in, één van de oudste straten in Noord-Amerika en al zeker één van de meest pittoreske. Ik stap er een restaurantje binnen en bestel Poutine, dé lokale specialiteit. Mijn tijd in Canada zit er bijna op. Vanavond vlieg ik terug naar Brussel vanuit Montréal, de stad waar dit onvergetelijke avontuur 5 dagen geleden ook begon…

Bienvenue au Québéc

Simon, onze gids staat ons breed glimlachend op te wachten. Jullie hebben geluk met het weer deze week zegt hij, niet te koud, ongeveer – 25C, stralende zon, blauwe hemel. Alleen de wind kan misschien soms wat killig aanvoelen, wind chill, weet je wel. Voor wie het nog niet wist: even later staan we buiten en is het verschil met de warme aankomsthal - 47 graden, en dan rekenen we de wind chill nog niet in. We kijken naar elkaar en beginnen te lachen. Canada in Winter, yesss! Gelukkig hebben we de juiste uitrusting voorzien.
Simon rijdt het busje voor en het gaat richting Saint-Raymond, een stadje zo’n 60km ten Noordwesten van Québec, te midden van beboste heuvels en (nu bevroren) rivieren en meren. In het plaatselijke hotel/restaurant/praatcafé/brouwerij/fuifzaal/… is de verwelkoming al even warm als onze dikke winteruitrusting. Houthakkers komen langs in gigantische pick-uptrucks of op sneeuwscooters en genieten van een babbel, koud bier en een warme hap. We besluiten hun voorbeeld te volgen al willen we het niet te laat maken. Simon pikt ons immers morgen vroeg op voor een driedaagse sneeuwscootertrekking.

Gentlemen, start your engines...

Na een houthakkersontbijt pikken we de sneeuwscooters op. Prachtige, nieuwe machines, Made in Canada. Wat we de komende drie dagen nodig hebben aan kledij en proviand gaat op de bagagedrager. Uitgebreide briefing, testen, oefenen, feedback van onze twee gidsen,… And off we go!

40000km ou le Tour du Monde

Het is niet de eerste keer dat ik dit doe maar een sneeuwscootertocht blijft een unieke ervaring. Une motoneige laat je toe om op je eigen tempo op plaatsen te komen die zelfs in de zomer vaak alleen maar te voet of met de mountainbike te bereiken zijn, alleen sneller en comfortabeler waardoor je zoveel meer kan ontdekken. Québec alleen al beschikt over 40000km pistes, wegen, … die geschikt zijn voor sneeuwscooters. De omtrek van de aarde aan de evenaar! Het is dan ook niet verwonderlijk dat we uren kunnen rijden zonder een levende ziel te ontmoeten. ’s Middags houden we halt aan een relais motoneige, een hut in het midden van de natuur. Het is er  warm en de houtkachel is er speciaal op voorzien om bevroren en/of natte kledingstukken te drogen. Simon en zijn collega Mario roosteren een Canadese versie van onze croque monsieurs boven een kampvuur in de sneeuw. Op geen tijd hebben ze als echte woudlopers hout gehakt en een vuur aan de gang. Alle twee zijn ze in deze streek opgegroeid en dat zie je aan hun uiterlijk en hun handelen. Ze zijn bijna letterlijk vergroeid met dit prachtige land en de overweldigende ruigheid van zijn natuur.

Als we ’s avonds halt houden bij onze lodge lijken we, in onze dikke thermische pakken en helmen, op astronauten die terugkeren naar hun capsule na een ruimtewandeling. Onze uitrusting beschermt ons uitstekend tegen temperaturen die ondertussen alweer zijn gezakt naar 30 graden onder nul. De lodge is heerlijk warm. Iedereen kijkt elkaar aan. We weten niet waarmee te beginnen: prachtig, overweldigend, f-a-n-t-a-s-t-i-s-c-h, … Heb je dat gezien? En waar we tussen die bomen… Er zijn superlatieven te kort.

Mario en Simon zijn niet alleen twee volleerde woudlopers maar ontpoppen zich ook tot volwaardige chefs. Terwijl we napraten bij het haardvuur en de meegebrachte flessen heerlijke Bordeaux op zijn ideale temperatuur laten komen (of had u gedacht dat we op gesmolten sneeuw gingen overleven?), toveren onze beide gidsen wat groenten en vlees uit de bananendoos op één van hun sneeuwscooters om tot een culinair hoogstandje. Compliments aux Chefs!

Ik nip van mijn wijn terwijl ik door het dikke glas naar buiten kijk. De maan en de sterren zijn hier van een ongeziene helderheid.  Het meer naast de lodge is een grote, witte vlakte waarop duizenden diamantjes lijken te schitteren. Ik voel de warme gloed van het houtvuur op mijn rug. Het spontane gelach en de ontspannen babbel van mijn vrienden op de achtergrond doet me vermoeden dat ik niet de enigste ben die hier volop aan het genieten is. Aan sommige momenten hoef je echt niks meer toe te voegen om het perfect te maken.

De volgende twee dagen rijden we van het ene hoogtepunt naar het andere. Snelle ritten over uitgestrekte meren, kronkelende smalle paden tussen bomen, steile klimmen en afdalingen, overweldigende panorama’s. Voor de lunch hebben onze twee woudlopers een verrassing in petto. We houden halt chez le trapper, die samen met zijn vrouw in een supergezellige chalet woont in een uitgestrekte vallei. Neen, dit is geen restaurant, geen café, hier zit je samen met de bewoners aan tafel. Le trapper ziet dat ik naar een vergeelde foto op de muur kijk. Hij glimlacht als ik Teddy Roosevelt, de Amerikaanse president herken. Die kwam hier in deze streek vaak jagen, vertelt hij. De foto toont Roosevelt met zijn lokale gids, de grootvader van onze gastheer. Even lijkt het alsof ik naast Davy Crockett of Daniel Boone zelf sta.

Het sneeuwt als we terugrijden naar de luchthaven. Na de stralende zon in de staalblauwe hemel van de laatste dagen toont de Canadese winter één van zijn andere gezichten. Een beetje zoals de verschillende afbeeldingen op de totempaal van het Huronreservaat waar het stamhoofd ons ontving met een kleine ceremonie met de vredespijp en we een traditionele Indiaanse maaltijd nuttigden.

Al vanop dag één was de spreuk op de nummerplaten me hier opgevallen: “Québec, je me souviens”.

Het is inderdaad een onvergetelijke ervaring geworden.

TERUG NAAR REISVERSLAGEN

Fotoboek

Nieuwsbrief

Wilt u als eerste op de hoogte zijn van promoties, nieuwe reizen en onweerstaanbare bestemmingen?

Schrijf u in op onze nieuwsbrief!