Hongarije

U hoeft nog niet eens in Hongarije te zijn geweest om al de twee grote trekpleisters te kunnen opnoemen: de dubbelstad Budapest en de strandjes langs het warme Balaton. En wie de edele viervoeters een warm hart toedraagt, voegt daar meteen de beroemde stoeterijen en de wervelende paardenshows aan toe.

Goede wijnen, pittige paprika's en meeslepende volksmuziek completeren het beeld. En fietsers hoeven hier niet zo vaak te klimmen. Genoeg om het gebrek aan imponerende bouwwerken en landschappen te compenseren. Budapest is met twee miljoen inwoners veruit de grootste stad. Nummer twee, de industriestad Miskolc, loopt qua inwonertal ver achter. Hongarije is geen land van steden, maar van stadjes en dorpen. Kenmerkend voor de plattelandsdorpjes in het oosten zijn de houten kerkjes en de begraafplaatsen met merkwaardige gedenkstenen. Hollókö is het bekendste traditionele dorp; het wordt dan ook (te) druk bezocht. Andere hoogtepunten zijn de oude grenswachterdorpen in het uiterste westen en de wijnstadjes (waaronder Tokaj) in het stroomgebied van de Tisza. Eind 19e eeuw werden twee steden aan weerszijden van de Donau samengevoegd. Enerzijds het statige, op een heuvel gelegen machtscentrum Buda, anderzijds het in de vlakte gelegen zakencentrum Pest. Budapest is door alle oorlogen en crises misschien niet echt een mooie stad, maar wel heel boeiend. Hier overheerst als vanzelfsprekend de barokke bouwkunst. Dit is een van de grote cultuurcentra van Centraal-Europa. Nergens is de metamorfose van de overgang naar de democratie zo voelbaar. Men vergelijkt de stad wel eens met het Wenen van vóór 1940. Anders dan zijn buurlanden Oostenrijk, Tsjechië en Slowakije heeft Hongarije een aardige compensatie voor het ontbreken van een zeekust. Het Balaton is een van de grootste meren van Europa. Soms kunt u de overkant niet zien en lijkt het net een echte zee. De Duitsers noemen het Balaton de Plattensee en dat draagt nog meer bij tot het zeegevoel. Vindt u het hier te druk, dan ligt er op korte afstand een goed alternatief: het veel kleinere Velence-meer. Het grootste voordeel is dat de oever maar heel geleidelijk afloopt (vooral aan de zuidzijde) en dat maakt het meer heel geschikt voor kinderen. Er zijn ook geen hoge golven (gaat het stormen, dan wordt de stormbal gehesen) en al evenmin sterke stromingen. Nadat het badtoerisme op de noordoever op gang was gekomen, werden in de late 20e eeuw oude vissersdorpjes aan de zuidkant omgebouwd tot hoteldorpen. Het Balaton werd een populaire bestemming, eerst onder de Oostblokkers, later ook bij de westerlingen. Er is aan de andere kant ook veel kritiek op het Balaton. De noordoever heeft nog wat aardige plaatsen (waaronder Tihany), aan de overkant heerst de steriliteit van de kunstmatig opgezette badplaatsen. Het is er druk en de hoofdweg zit vaak verstopt. Maar voor de meeste mensen telt het feit dat er steeds meer vertier voor kinderen is dan voorheen en de service in hotels en restaurants veel beter is dan onder het oude regime. De Hongaren stammen oorspronkelijk uit de steppen van Centraal-Azië, van waaruit ze heel langzaam, via Rusland, naar hun huidige woongebied zijn vertrokken. Voor hen was het paard het vervoermiddel bij uitstek, ook tijdens plunder- en veroveringstochten. Daarmee hadden ze een royale voorsprong op de volken die zij onderwierpen of opzij schoven. Paardrijden zit de Hongaren in het bloed. Talrijk zijn dan ook de stoeterijen, zoals de fokkerij van lipizzaners in Szilvásvárad. Demonstraties van hun paardrijkunst zijn de voornaamste bezienswaardigheid buiten de steden.

  • De hoofdstad van Hongarije is Budapest
  • Vanuit Zaventem bent u +/- 2u onderweg
  • De ideale periode om naar Hongarije te reizen is van mei tot september
  • Een bezoekje waard:
    Budapest
    Donauknie
    Gödöllö
    Balatonmeer