Phnom Penh

Phnom Penh, “heuvel van Penh”, ligt in het zuidoosten van het land bij de samenvloeiing van de Mekong en de Tonlé Saprivier.

De rivier de Bassac splitst zich hier van de Mekong af. Volgens de overlevering zou de welgestelde vrouw “Penh” vier Boeddhabeelden hebben gevonden die aangespoeld waren op de oever van de Mekong. Ze wierp een heuvel op waar ze een tempeltje liet optrekken. De gebedsplaats bestaat tegenwoordig nog steeds, en staat bekend als Wat Phnom, de tempel op de heuvel. Legende of niet, Phnom Penh werd uiteindelijk de hoofdstad van Cambodja in de vijftiende eeuw, na de vlucht van een Khmer-koning uit Angkor Thom. Pas in de 19de eeuw vestigde de regering zich permanent in de stad. In diezelfde periode werden ook het Koninklijk Paleis en de Zilveren Pagode opgetrokken. Hiermee begon de groei van Phnom Penh tot grote stad. De Fransen legden veel kanalen aan voor de afwatering van moerassen rond de stad en bouwden wegen en een haven. Tegen de jaren '20 van de 20e eeuw stond Phnom Penh bekend als de ‘Parel van Azië’. Door de aanleg van een spoorlijn en de luchthaven Pochentong bleef de stad doorgroeien. In 1975 was de bevolking opgelopen tot meer dan 2.000.000, maar door de gruweldaden van de Rode Khmer telde de stad in 1998 nog steeds maar slechts  860 000 inwoners.

De Zilveren Pagoda (Wat Preah Keo), oorspronkelijk een houten bouwwerk, werd in 1962 volledig herbouwd in beton en marmer. De vloer bestaat uit meer dan 500 zilveren tegels, van ongeveer 1 kg per stuk. De tempel is vooral bekend voor zijn 90 kg zware gouden Boeddha en Smaragden Boeddha. Deze laatste zou gemaakt zijn in kristal, door het bekende Franse bedrijf Baccarat. Gelukkig werd deze tempel als een van de weinigen gespaard door het Khmer-regime. De tempel maakt deel uit van het paleiscomplex, nog steeds de residentie van de Koninklijke familie. Het paleis zelf kan niet bezocht worden, maar de tuinen zijn wel de moeite waard.

Het Tuol Sleng museum is gevestigd in het gebouw waar de Rode Khmer zijn gevangenen martelde en vermoordde. In het museum zie je duizenden foto's van alle slachtoffers van de Rode Khmer. Vroeger was er ook een landkaart van Cambodja gemaakt met de schedels van de slachtoffers, maar dit luguber ‘monument’ is nu verwijderd. De 'Killing Fields' zijn een andere must op uw citytrip Phnom Penh: niet meteen een vrolijke, gezellige uitstap, maar iets waar u niet onderuit kan. 

  • De ideale periode om Phnom Penh te bezoeken:
    • januari
    • februari
    • november
    • december
  • Een bezoekje waard:
    Koninklijk paleis
    Tuon Sleng
    Zilveren Pagoda